start > Informatie > Moorse en Mediterraanse tegels

Moorse en Mediterraanse tegels

Moorse tegels en mediterrane tegels werden ontworpen en geproduceerd door Niculoso Pisano, een ceramist afkomstig uit Florence. Hij vestigde zich in Sevilla aan het einde van de 15e eeuw. Hij deed de stad opbloeien, maakte zich de techniek van de vlakke mediterrane wandtegels, ook wel wandtegels van Pisano genoemd, eigen en introduceerde nieuwe versieringen met als gevolg een vernieuwende stroming in de schilderateliers van Triana. De voorgevel van de ‘Santa Paula’ kerk in Sevilla dateert van het jaar 1504, waarbij witte en rode bakstenen en geglazuurde Moorse tegels in verschillende kleuren werden gebruikt, met afbeeldingen van menselijke en dierlijke figuren, halmen, fruit etc. op een voornamelijk gele achtergrond. Op het altaarstuk van ‘El Alcázar’ (de vesting) van Sevilla worden verschillende Moorse tegels in kleuren zoals groen, honing, blauw, zwart, licht en donker geel, paars en roze gebruikt. Een knap staaltje mediterrane tegels uit de Renaissance is het sanctuarium altaarstuk van de Heilige Maagd Maria van Tentudia uit Calera de León (Badajoz), dat Niculoso in1518 heeft gemaakt.

Aan het einde van de 16e eeuw raakt de productie van mediterrane tegels in geheel Spanje in verval en verdwijnt zelfs in de 17e eeuw met de verdrijving van de Moriscos (tot christen bekeerden moslims). Met de komst van de Bourbons herrijst ook het aardewerk en de productie van Moorse tegels, wat later zal bijdragen aan de wederopkomst van de Moorse tegels. Met de verdrijving van de Fransen in de 19e eeuw en in de schaduw van de aardewerkfabrieken van Alcora (Castilië), Manises (Valencia), Talavera (Toledo) en Triana (Sevilla) ontstaat er een belangrijke groei in het aantal fabrieken en daarmee een groei in de productie van de tegels. Voor het aardewerk werden nog altijd de ovens van de Moren gebruikt. De fabrieken die niet hun techniek vernieuwden verdwenen, doordat zij niet concurrerend genoeg waren. Na de instorting door de Burgeroorlog, verliep het herstel heel langzaam, de ‘doorloop’ ovens waren een algemeen feit, er werden mechanische persen geïntroduceerd, de maalmachines voor aarde verschijnen en de stookolie wordt geïntroduceerd als brandstof voor de tegelovens. De jaren 50 stonden in het teken van de uitbreiding van de mediterrane tegels, door het einde van de internationale blokkade, de export naar de Amerikaanse markt en de toenemende nationale vraag voor het Nationale Woning Plan. Maar de winsten werden niet geherinvesteerd in de vernieuwing van bestaande tegelfabrieken, wat tot gevolg had dat het in een heel korte tijd onmogelijk werd om te concurreren met de landen waarin wel geïnvesteerd was in nieuwe technologieën, zoals Italië.

De periode 1960 tot 1973 is een donkere periode voor de Moorse tegelindustrie; vele fabrieken die niet de overstap van Moorse ovens naar gemoderniseerde ovens hadden gemaakt werden gesloten. Voorbeelden te over: aan het begin van de jaren 60 bestonden er in Triana 40 bedrijven, van groot tot klein, en in 1973 waren er nog maar 4 over die de juiste tegels konden produceren. Nog een belangrijk feit: in 1963 werden in Spanje de eerste twee tunnelovens geïntroduceerd, de eerste in Betxi (Castilië) en de tweede in Santiponce (Sevilla). Maar terwijl er in Castilië groeven met klei van hoge kwaliteit werden ontdekt, in grote hoeveelheden tegen een lage prijs, waren in Sevilla deze groeven niet aanwezig en de groeven die er waren bevatten klei van slechte kwaliteit tegen een hoge prijs. De industriële ontwikkeling van deze Moorse tegels sector richt zich nu definitief op Castilië. Gebruikmakend van de welvarende omstandigheden binnen de ceramiek sector in de jaren 70, werden definitief de tunnelovens geïntroduceerd, zowel voor de eenmalig gebakken ongeglazuurd tegels als het geglazuurde aardewerk, met als brandstof de stookolie, maar ook de automatische persen kwamen sterk op. De productie werd verhoogd en de kwaliteit en export werden steeds belangrijker binnen de sector. Met de oliecrisis van 1973 begon een nieuwe ontwikkeling in de tegelindustrie, de verbetering van de productiekosten. De leer van het arbeidsvermogen werd een even belangrijk deel als de arbeidskrachten, de fantasie moest gebruikt worden, de benzine zal de motor van de ontwikkeling zijn. Door de wisseling van stookolie naar aardgas werd het mogelijk om ‘monostrate’ ovens in het algemeen en naar vrije wil te gebruiken; de afwezigheid van zwavel en de mogelijkheid om de verbranding op lage temperaturen te controleren was net achter de rug.

Een vrijblijvend persoonlijk advies? Neem nu contact met ons op